hoogwaardige juridische dienstverlening

Het burgerarrest

5 augustus 2019

Sinds 1 augustus bestaat er een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding, ten onrechte het boerkaverbod genoemd. Ten onrechte, omdat het ziet op alle vormen van gezichtsbedekkende kleding, dus ook op integraalhelmen en bivakmutsen. Bovendien is het een gedeeltelijk verbod, het geldt slechts in overheidsgebouwen, scholen, de zorg en het openbaar vervoer.

Over dit verbod is veel te doen. Waar mogelijk nog meer over te doen was, was een artikel in het Algemeen Dagblad van 31 juli, waarin werd geschetst wat je zelf mag doen als je iemand met een boerka ziet. Daar wordt uitgelegd dat je een burgerarrest mag uitvoeren, door een verdachte aan te houden om aan de politie over te dragen. Om te voorkomen dat iemand de benen neemt, zou je de verdachte tegen de grond kunnen houden.

Klopt dat? Ja en nee. Ja, omdat de wet (artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering) bepaalt dat een ieder bevoegd is om, als hij een strafbaar feit op heterdaad ontdekt, een verdachte aan te houden. Dit is bijvoorbeeld de bevoegdheid die supermarktpersoneel of beveiligers in winkels gebruiken bij het aanhouden van een verdachte van winkeldiefstal.

Het klopt echter niet, omdat bij een burgerarrest ook nog andere eisen een rol spelen. Zo moet je iemand die aangehouden onverwijld aan een opsporingsambtenaar (de politie) overdragen. De politie heeft al duidelijk gemaakt dat opsporing van overtreders van het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding geen prioriteit heeft. Het ligt niet voor de hand dat je iemand vervolgens een half uur tegen de grond gedrukt mag houden om rustig de komst van de politie af te wachten. Dat gaat al een heel eind in de richting van vrijheidsberoving en dat kan ook een strafbaar feit opleveren. Daarbij is het gebruiken van geweld ook uit den boze, omdat het recht op het (eventueel) gebruiken van geweld aan de politie toekomt. Het gebruiken van geweld bij een burgerarrest kan dus leiden tot vervolging voor mishandeling.

Ook moet er worden voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het eerste betekent dat wat je doet voor het burgerarrest wel in verhouding moet staan tot het misdrijf. Het tweede houdt in dat er geen andere mogelijkheden moeten zijn om het doel te bereiken. Overtreding van het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding kan worden bestraft met een geldboete. Met andere woorden: er wordt niet te zwaar aan getild. Is het tegen de grond houden van een overtreder van deze wet dan nog proportioneel? Ik denk het niet, en ik denk dat rechters daar net zo over denken. En die houden toch het laatste woord.

Heb je zelf een juridisch probleem? Kom langs op ons gratis inloopspreekuur. Dat is iedere maandag tussen 17:00 uur en 18:30 uur op ons kantoor aan de Hoofdkade 108 in Stadskanaal.

 

Joost Suurmeijer, advocaat

 

 

ontwerp grapho Nieuw Buinen